Met een andere inrichting van de zorg hoeven veel ouderen niet naar de spoedeisende hulp (SEH)

Onnodige opnames voorkomen

Sinds het sluiten van verzorgingshuizen bezoeken jaarlijks 800.000 ouderen de SEH-afdelingen. Van hen worden 543.000 mensen opgenomen in het ziekenhuis. In slechts 40% van deze SEH-opnames blijkt het om noodzakelijk medisch specialistische zorg te gaan. Jaarlijks belanden er dus 322.000 ouderen zonder medisch specialistische noodzaak in een ziekenhuisbed. Omgerekend komt dat op jaarbasis neer op een onnodige bezetting van 4.100 dure ziekenhuisbedden. Het gaat om ouderen met bijvoorbeeld welzijnsklachten, zoals eenzaamheid en neerslachtigheid, waarvan de huisarts vindt dat alleen thuis blijven even niet meer verantwoord is. Door investeringen in preventie en interventie om ouderen langer thuis te laten wonen, en in een eerstelijnsverblijf – een zorginstelling, bijvoorbeeld een verzorgingstehuis – kunnen onnodige ziekenhuisopnames worden vermeden.

 

Juiste zorg op het juiste moment

Als dit lukt, bespaart het onnodig leed en onnodige belasting van ouderen én veel geld, want een ziekenhuisbed kost gemiddeld € 800 per dag. Op jaarbasis is dat, gerekend over 4.100 bedden, een besparing van € 1,4 miljard in de tweede lijn (ziekenhuiszorg en specialistische zorg). De noodzakelijk geschatte investering in de eerste lijn om dit op te vangen (wijkverpleging, eerstelijnsverblijven, specialisten ouderengeneeskunde) is circa € 700 miljoen.
Om dit te bereiken pleit ActiZ voor goede samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging, ziekenhuizen en specialisten ouderengeneeskunde is cruciaal om te komen tot oplossingen voor de overbelast geraakte spoedzorgketen. Ook de verzekeraars en de gemeenten zullen partij moeten worden van deze aanpak, stelt ActiZ.
Kern van de aanpak is juiste zorg op het juiste moment: inzetten op preventie, vroegdiagnostiek, extra wijkverpleging en extra bedcapaciteit in de wijken. Zo kan worden voorkomen dat veel ouderen onnodig naar het ziekenhuis gaan. Deze transformatie zou een bezuiniging van ongeveer 300-700 miljoen per jaar opleveren. Hierdoor wordt de totale spoedzorgketen doelmatiger georganiseerd. De zorg rondom de cliënt wordt effectiever, er ontstaat een betere beheersing van de uitgaven en in het ziekenhuis worden forse uitgaven (1,4 miljard) voorkomen.

 

Uitwerking van de plannen

Voor een duurzame inrichting van goede (spoed)zorg rondom ouderen die thuis wonen zijn op drie vlakken multidisciplinaire interventies nodig: preventieve maatregelen & vroegdiagnostiek, juiste zorg op het juiste moment en vitaliteit en menswaardige zorg.

1. Preventieve maatregelen & vroegdiagnostiek
Wijkgerichte preventieve programma’s, in samenspraak met wijkverpleging, huisarts en het sociale domein, voorkomen ziekenhuisbelasting en complicaties bij chronisch zieken en kwetsbare ouderen. Ouderen in risicogroepen kunnen bijvoorbeeld periodieke controle krijgen door huisartsen en de wijkverpleging samen, gericht op de medische behoefte en ondersteuning. Voor chronisch zieken kan inzetten van eHealth-toepassingen (zoals regelmatig contact via de IPad met de arts of de wijkverpleegkundige) complicaties voorkomen. En door vroegtijdig bij te sturen in medicatiebeleid of de thuissituatie kan onnodig ziekenhuisbezoek worden voorkomen.

2. Juiste zorg op het juiste moment
Door de huisarts te ontlasten door extra inzet van de specialist ouderengeneeskunde of wijkverpleegkundige, kan een groot deel van de zorgvraag worden omgebogen naar betere faciliteiten dan het ziekenhuis. Een groot deel van de zorg betreft zorg voor observatie of een sociale indicatie. Dat kan worden opgevangen door de inzet van wijkverpleging, meer bedden in eerstelijnsopvang zoals verzorgingtehuizen, of geriatrische revalidatie. Anders en beter organiseren van deze zorg verhoogt de kwaliteit van leven en geeft rust in de zorgketen, constateert ActiZ.

3. Vroegtijdig inzetten op herstel
Niet alle ziekenhuisopnames zijn te voorkomen. Langer thuis wonen en de vergrijzing brengt een toename van lichamelijke klachten bij ouderen met zich mee. Door tijdens de ziekenhuisopname vroegtijdig expertise vanuit de langdurige zorg en de geriatrische revalidatie te betrekken en al snel met herstel bezig te zijn, kan de verpleegduur in het ziekenhuis worden verkort en kan een soepele overgang naar de thuissituatie of mogelijke vervolgzorg worden vormgegeven. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen de specialist ouderengeneeskunde, de geriatrische revalidatie en het ziekenhuis. De acute zorg voor ouderen kan zo sneller, beter en efficiënter, en wordt daarmee waardevoller en goedkoper.

 

Terug naar nieuwsbrief