Dit verandert voor u in 2019


Zorg/Gezondheid
– De overheidsuitgaven voor zorg zijn in 2019 €71 miljard, 5 miljard meer dan dit jaar. De netto uitgaven stijgen daarmee met 7%.
– Het kabinet verwacht dat de premie voor de verplichte zorgverzekering in 2019 gemiddeld €1.432 zal gaan kosten, €124 meer dan dit jaar. Maar de zorgverzekeraars stellen pas uiterlijk 12 november hun premie vast. Daarna kan ook uw eventuele zorgtoeslag worden berekend. Het eigen risico blijft hetzelfde: €385 per jaar.
– De zorgtoeslag stijgt voor eenpersoonshuishoudens waarschijnlijk met maximaal €92 en voor meerpersoonshuishoudens wordt het €277.
– De stapeling van zorgkosten wordt aangepakt. Wie in 2019 gebruik maakt van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning krijgt een abonnementstarief van €19 per maand. De maximale eigen bijdrage voor medicijnen wordt €250 per jaar.
– De vermogensbijtelling voor mensen die in een instelling verblijven, wordt waarschijnlijk van 8 naar 4% verlaagd.
– Uitgaven voor verpleeghuiszorg stijgt met €1,2 miljard vergeleken met 2017.
– Het kabinet wil samen met verschillende organisaties een plan opstellen om roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik aan te pakken.

Boodschappen
Het lage btw-tarief gaat omhoog van 6 naar 9%. U betaalt het lage tarief onder meer over levensmiddelen, boeken en tijdschriften. Maar ook de kapper en de fietsenmaker worden duurder.

Inkomen en pensioen
– De koopkracht gaat er in 2019 gemiddeld 1,5% op vooruit. Werkenden profiteren het meest van de kabinetsmaatregelen. De koopkrachtverbetering van ouderen zit tussen 1% (alleenstaande oudere met AOW) en 2,7% (echtpaar dat AOW heeft en meer dan €30.000 pensioen).
– De ouderenkorting wordt verhoogd met €160, maar wordt inkomensafhankelijk.

Wonen en hypotheek
– De maximale hypotheekrenteaftrek daalt in 2019 naar 49%. De hypotheekrenteaftrek voor de hoogste inkomens gaat vanaf 2020 met 3% per jaar omlaag. Zo wil het kabinet huiseigenaren stimuleren de hypotheek sneller af te lossen. De renteaftrek wordt sinds 2014 al afgebouwd van 52% naar 37,05%. In 2023 moet dat bereikt zijn.
– Het voordeel van een kleine hypotheekschuld (wet Hillen), waardoor mensen geen eigenwoningforfait hoeven te betalen, verdwijnt. Het wordt stapsgewijs in 30 jaar, met 3,33% per jaar afgebouwd.
– De gemeentelijke heffingen voor onder meer de onroerendzaakbelasting zijn gebaseerd op de WOZ-waarde van de woning. Die waarde stijgt in 2019 met 7,5-9,5%. Dat betekent waarschijnlijk meer betalen aan de gemeente.
– De huurtoeslag gaat omlaag. In 2019 gaan huurders die een toeslag krijgen er gemiddeld €24 op achteruit.
– De energienota gaat omhoog: een gemiddeld huishouden gaat in 2019 ongeveer €150 meer betalen voor energie door belastingen op gas en elektra.
– Wilt u energie opwekken uit wind, zon, biomassa, aardwarmte of water, dan kunt u gebruik maken van een subsidiepot van €6 miljard.

Belasting
– De inkomstenbelasting daalt in 2019 voor inkomens hoger dan € 20.000. Het is een stap op weg naar twee belastingtarieven in 2021: een basistarief van 37,05% (tot €68.600) en een toptarief van 49,5%. Voor AOW’ers blijven drie schijven bestaan omdat zij geen AOW-premie betalen.
– Vrijwilligers mogen meer bijverdienen: de onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt verhoogd van €1.500 naar €1.700 per jaar.

Spaargeld
We mogen vanaf 2019 meer belastingvrij sparen. Het heffingsvrije vermogen gaat van €25.000 naar €30.000 (€60.000 voor paren). Bij het bepalen van het fictieve rendement wordt straks gekeken naar de rente van 1,5 jaar geleden. Dat is actueler dan nu het geval is en betekent waarschijnlijk een (lichte) verlaging.

Terug naar Nieuws