Samen zorgen

Het kabinet heeft fors op de zorg bezuinigd omdat de zorgkosten jaarlijks veel te hard stijgen. Eigenlijk is er sprake van een stelselwijziging. Wat betekent dit voor ons?

Vanaf januari wordt de dure AWBZ-zorg (onder meer langdurige zorg en ouderenzorg) gedeeltelijk gedecentraliseerd. Van u wordt verwacht dat u zoveel mogelijk zelf hulp en zorg regelt voordat professionele zorg wordt ingeschakeld en dat u meer zelf betaalt. Zo wil de overheid langdurige zorg toegankelijk, goed, effectief en betaalbaar houden.

 

Zorg die voorheen vanuit de AWBZ werd geleverd, komt vanaf januari uit:

1. De Wet langdurige zorg (Wlz).
Hieronder vallen alle zorgtaken voor mensen met een zware, langdurige zorgbehoefte die 24 uur per dag zorg nodig hebben. Dit is zorg voor kwetsbare ouderen en mensen met een ernstige beperking, chronische ziekte of handicap. De overheid regelt deze zorg, die via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) aangevraagd kan worden. Voorbeelden van deze zorg: wonen in een verpleeghuis en zorg voor een gehandicapt kind in een instelling.

2. De Zorgverzekeringswet (ZVW).
Hieronder vallen persoonlijke verpleging en verzorging voor thuiswonenden. Uw zorgverzekeraar regelt deze zorg, de vergoeding wordt geregeld vanuit uw basispakket. Het gaat om wijkverpleging en verzorging, zoals hulp bij het aankleden en wassen, wondverzorging of injecties geven door een verpleegkundige of behandelen van een chronische ziekte.

3. De Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).
Hieronder vallen hulp en ondersteuning voor mensen die thuis wonen of beschermd wonen. Deze zorg is gedecentraliseerd: uw gemeente is nu verantwoordelijk voor de uitvoering. Voorbeelden van Wmo-zorg: begeleiding van activiteiten en dagopvang.

samenzorgen

 

Wijzigingen in langdurige geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg

Langdurige geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen in een zorginstelling zal de eerste drie jaar door de zorgverzekeraar worden vergoed. Daarvoor betaalt u een eigen risico. Na drie jaar wordt de zorg geregeld via de Wlz. Dan wordt een inkomensafhankelijke bijdrage gevraagd. Vanaf januari 2015 wordt de eigen bijdrage rechtstreeks geïnd bij de budgethouder. De eigen bijdrage wordt niet meer ingehouden op het PGB en de budgethouder krijgt elke maand bij Wlz, per vier weken bij Wmo een factuur van het Centraal AdministratieKantoor (CAK).

 

Wat is er veranderd sinds 2015?

Keukentafelgesprek
Wanneer u bij uw gemeente ondersteuning krijgt of vraagt voor hulp vanuit de Wmo, krijgt u eerst een keukentafelgesprek met de gemeente. Er wordt dan gekeken naar uw situatie, naar wat u zelf kunt doen en hoe familieleden, kennissen en buren kunnen ondersteunen voordat professionele hulp wordt gezocht. Er wordt zoveel mogelijk van uw eigen kracht en mogelijkheden uitgegaan, zodat u betrokken blijft bij de samenleving. Door deze decentralisatie van zorg moet de zorg beter aansluiten bij uw vraag. Daarnaast is het een bezuiniging.

Zorgzwaartepakket
In dit overgangsjaar blijft uw indicatie geldig tot uiterlijk 1 januari 2016. Daarna wordt gekeken naar een eventuele verandering van de indicatie.

Zorg kan worden gegeven via zorg in natura of pgb (persoonsgebonden budget).

Pgb-houders krijgen dit jaar een gesprek over eventuele veranderingen in de indicatie. De gemeente blijft de pgb verstrekken, maar nu op basis van de Wmo. Per 1 januari is het trekkingsrecht ingegaan: het pgb-budget ontvangt u via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Meer weten?
Kijk op www.hoeverandertmijnzorg.nl/volwassenen

 

Wat betekent de decentralisatie van zorg op dit moment?

Twee ervaringen

oma

‘Wat doen we met moeder?’

Anne: “Je moeder van 84 naar een verpleeghuis brengen is loodzwaar. Ik doe mijn uiterste best om een omgeving te zoeken die bij haar past, met betrokken medewerkers. Na een acute opname in een verpleeghuis, noodgedwongen ver van haar woonplaats, zoeken wij kinderen al geruime tijd naar een definitieve plek in haar vertrouwde omgeving. Door de veranderingen in de langdurige zorg lukt dat niet; het aanbod is schaars. En na een rondgang langs diverse verpleeghuizen kom ik erachter dat de woonfilosofie flink verschilt per verpleeghuis.

Een plek vinden die aansluit bij de behoefte van mijn moeder is lastig; ik ondervind weinig begrip en bereidheid vanuit plaatsingsinstanties om hierbij te helpen. Zij verblijft nu in een kleinschalig verpleeghuis met een ‘wonen zoals thuis’-filosofie en er is goed contact met de zorgmanager. Voorlopig lijkt dit de beste optie en ik hoop dat ze hier uiteindelijk went.”

“Die vanzelfsprekendheid dat de kinderen dit wel doen, is heftig.”

Veilig thuis wonen: hoe lang nog?
Is mijn schoonmoeder beter af in haar thuissituatie, vraagt Anne zich af. Zij is alleenstaand, 85 jaar en nog redelijk vitaal. Haar huishoudelijke ondersteuning gaat terug van vier uur naar slechts 75 minuten per week. Bij de indicatie is geen overleg mogelijk: ‘er zijn vier kinderen die dit kunnen opvangen’. Anne: “Die vanzelfsprekendheid dat de kinderen dit wel doen, is heftig. Natuurlijk doen we klusjes voor haar, maar de drempel om meer hulp te vragen is hoog. Ze heeft liever onze aandacht als we op bezoek zijn dan dat we aan het werk gaan.Een onzeker toekomstbeeld is onze grootste zorg. Wat als haar gezondheid achteruit gaat? Kan zij dan nog alleen, veilig en met voldoende zorg thuis wonen?”

Als mantelzorger voelt Anne zich alleen staan in haar zoektocht naar de beste zorg voor haar moeder. Er zijn mooie initiatieven om mantelzorgers te helpen, zoals www.wehelpen.nl – mede opgericht door Zilveren Kruis Achmea -, maar lang niet iedereen kent die initiatieven. Anne: “Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zouden klanten moeten wijzen op wat allemaal de mogelijkheden zijn op het gebied van hulp bij thuiszorg, mantelzorg en wijkverpleging.”

 

Moet ik elke dag gaan mantelzorgen?

Met een lief lachje vraagt Bert’s moeder: ‘Weet jij waar mijn zus nu woont?’ Bert antwoordt dat haar zus al acht jaar geleden is overleden. “Mijn moeder schrikt. Ze wil wat zeggen maar ze weet het niet meer. Na een tijdje vraagt ze: ‘Blijf je nog even, Herman?’ Herman was haar broer, hij is al lang dood. Ik ben haar zoon en heet Bert. Mijn moeder is 89, ik ben 60. Gelukkig woon ik een kwartier rijden van mijn moeder vandaan, zodat ik vrijwel elke dag ’s avonds even kan langskomen.”

bert

Bert houdt zijn moeder in haar appartement overeind, samen met drie ochtenden in de week een halfuur thuiszorghulp die haar douchen en helpen met haar medicijnen. Dagelijks brengt een bedrijf warm eten, een aardige buurvrouw komt weleens langs en op donderdagochtend komt haar eigen werkster. Bert is gescheiden en werkt vier dagen. Op zijn vrije dag lopen ze samen naar de winkel. “Dat duurt lang, schuifelend achter haar rollator. Ik regel ook haar financiën en we zoeken samen geregeld iets wat kwijt is.”

“Ik zou het fijn vinden als ze veilig in een verzorgingshuis zou zitten. Maar ze wil dat niet.”

Bert maakt zich grote zorgen om de nieuwe indicatie. “De wijkverpleegster is onlangs geweest om haar indicatie opnieuw in te schatten voor de zorgverzekeraar. Mijn moeder had verteld dat ze de thuishulp ‘niet meer hoefde’. Gelukkig vond de wijkverpleegster mijn verhaal geloofwaardiger. Dus adviseert ze dezelfde indicatie. Ik maak me zorgen: ik moet een ander soort alarmering voor haar regelen want ze begrijpt deze niet meer. Ik moet snel daarover informatie inwinnen. Maar waar? Ik zou het nog fijner vinden als mijn moeder naar een verzorgingshuis zou willen. Veilig en verzorgd. Want zal er, met alle bezuinigingen, nog plaats voor haar zijn als het écht niet anders meer kan? Of moet ik dan ontslag nemen en dagelijks gaan mantelzorgen?”