Merkgeneesmiddel of generiek geneesmiddel?

Wie bepaalt of u een merkgeneesmiddel of generiek geneesmiddel gebruikt? Merk of merkloos? U gebruikt een merkgeneesmiddel. Maar de apotheek levert u sinds kort een generiek geneesmiddel, met dezelfde werking. Waarom is dat? En bij wie ligt eigenlijk de eindverantwoordelijkheid: bij uw arts of de apotheker?

Uw apotheek kiest bij de inkoop tussen twee soorten medicijnen: merkgeneesmiddelen of generieke geneesmiddelen. Merkgeneesmiddelen zijn duurder omdat de fabrikant van het geneesmiddel bij de ontwikkeling ervan kosten heeft gemaakt. De eerste jaren is namaken van zo’n medicijn niet toegestaan omdat er een patent op rust. Na afloop van dit patent komen vaak andere leveranciers op de markt met een geneesmiddel met dezelfde werkzame stof, maar voor een lagere prijs: het generieke geneesmiddel. Die lagere prijs is mede mogelijk doordat die leverancier geen kosten heeft gemaakt voor ontwikkeling van dat medicijn. Uw arts bepaalt de werkzame stof, uw apotheek het merk! In alle gevallen bepaalt de arts welk geneesmiddel u nodig heeft. De arts schrijft u het geneesmiddel voor op basis van de werkzame stof en niet op merknaam. De afspraken tussen uw apotheek en uw zorgverzekeraar kunnen in sommige gevallen betekenen dat u van medicijnmerk moet wisselen. Gebruikt u een merkgeneesmiddel dat uw apotheek kan omzetten naar een vervangend, goedkoper generiek middel, dan zal deze goedkopere variant aan u worden verstrekt. Maar of u nu een generiek geneesmiddel krijgt of een merkgeneesmiddel, het middel bevat dezelfde werkzame stof. De kwaliteit van medicijnen wordt gegarandeerd omdat de overheid exact dezelfde eisen stelt aan generieke geneesmiddelen als aan merkgeneesmiddelen.

 

Wanneer krijgt u een merkgeneesmiddel?

Uw zorgverzekeraar, bijvoorbeeld Zilveren Kruis, vergoedt een merkgeneesmiddel alleen onder bepaalde voorwaarden. Als uw apotheker u een generiek geneesmiddel voorstelt, maar u heeft liever een merkgeneesmiddel, dan moet u dit volledig zelf betalen. Wanneer u daarmee niet akkoord gaat, kunt u het beste overleggen met uw arts. Want alleen als de arts kan aangeven waarom het medisch onverantwoord is om u met een generiek geneesmiddel te behandelen, is het mogelijk om een ander merk vergoed te krijgen. Uw voorschrijvend arts zal dit dan met een onderbouwing expliciet op het recept aangeven met ‘medische noodzaak’. De apotheek beoordeelt de medische noodzaak op basis van dit recept.

 

Wanneer is er sprake van medische noodzaak?

Bij ongeveer 1% van alle geneesmiddelengebruikers is er sprake van medische noodzaak. Dat kan bijvoorbeeld zijn als u jarenlang een merkgeneesmiddel tot tevredenheid hebt gebruikt en van het nieuwe, generieke geneesmiddel last krijgt van bijwerkingen die mogelijk worden veroorzaakt door een hulpstof in dat generieke geneesmiddel. Als dat bij u het geval is, meld dit dan bij uw arts en apotheek. Let op: dit betekent niet dat u dan automatisch het merkgeneesmiddel krijgt. De apotheker kan een variant van het generieke geneesmiddel voorschrijven, waarin niet die hulpstof voorkomt waarvoor u overgevoelig bent. Alleen als er geen vervangend generiek geneesmiddel is, levert de apotheek het merkgeneesmiddel. Zolang de apotheek geen medisch onverantwoorde situatie verwacht, wordt een generiek geneesmiddel geleverd. Zo nodig overlegt de apotheker met de voorschrijver, uw arts. Wanneer apotheker en voorschrijver het niet met elkaar eens zijn en u verzekerd bent bij Zilveren Kruis, zal Zilveren Kruis bemiddelen. Bij Zilveren Kruis werkt zowel een adviserend geneeskundige als een adviserend apotheker. Mocht u ontevreden blijven over het geleverde geneesmiddel, neem dan toch weer contact op met uw arts. Want wettelijk gezien is het uiteindelijk de voorschrijver – uw arts – die uitmaakt wat u geleverd krijgt.