‘Ik deed het gewoon allemaal’

An Mantel-de Graaf en haar man Karel hebben een mooi en goed leven in hun nieuwe appartement in Eindhoven. Maar eind 2006 krijgt Karel een aneurysmaoperatie, waarna hij operatief een stent geplaatst krijgt in de bijschorsnier. Daarbij krijgt hij een hartstilstand en moet hij gereanimeerd worden. Karel knapt weer op maar blijft hartpatiënt en hij moet drie keer per week aan de nierdialyse via de halsslagader. Een zware tijd voor Karel, maar ook voor An. Want ineens is zij op haar 76e mantelzorgster.

“Ik hielp Karel uit bed, waste hem, kleedde hem aan, legde de medicijnen klaar. Drie keer per week reden we met de taxi naar het ziekenhuis voor de dialyse, waar je een hele ochtend mee kwijt bent. Daarnaast bezochten we geregeld de hartspecialist.”

Na het operatief plaatsen van een shunt kan Karel via zijn arm gedialyseerd worden. Op de dialysedagen verdooft An zelf de huid rondom de shunt. “En ik gaf hem epospuiten, dat hadden thuiszorgmedewerksters mij geleerd. Ik was er in mijn hoofd eigenlijk de hele dag mee bezig. Daarnaast gingen de dagelijkse taken, zoals boodschappen doen, natuurlijk gewoon door.”

Na enige tijd krijgt An hulp via Zuidzorg, de thuiszorgorganisatie in en rond Eindhoven. “Zij namen sommige zorgtaken over. Op dagen waarop Karel naar het ziekenhuis moest voor dialyse, douchten zij Karel. En de laatste jaren kwamen ze elke dag, ook op zaterdag en zondag.”

an

THUISZORG LETTE OOK OP MIJ
Met Nathalie, één van de thuiszorgmedewerksters, heeft An een extra goede band. “Zij zag dat sommige taken die ik uitvoerde, ook anders georganiseerd konden worden. Zij hield mij dus ook in de gaten. Dat was erg prettig. Een jaar voordat Karel stierf, heeft zij er bijvoorbeeld voor gezorgd dat Karel een alarm kreeg, zodat ik soms even rustig kon winkelen zonder de angst dat Karel zonder mij wat zou kunnen overkomen. Dat vond ik heel fijn. Daarnaast heb ik veel steun gehad van mijn dochter en haar man. Ik kon altijd bij hen terecht. Dat is erg belangrijk geweest.”

An vertelt haar verhaal zonder veel ophef. “Als het écht moet, kan je veel. Ik deed het gewoon allemaal. Zo steek ik in elkaar. Natuurlijk was ik soms verdrietig als Karel achteruit ging of zoals in 2008, toen hij na een val zijn heup brak. Maar ik ging altijd gewoon weer door. Soms vroeg ik me wel af of we zo konden blijven leven als er iets met mijzelf zou gebeuren. Zouden we dan nog in ons appartement kunnen blijven?“

“Ik had in sommige zaken de handigheid, en ik wilde graag voor Karel zorgen”

HULP AANVAARDEN
In 2010 diende die vraag zich daadwerkelijk aan: An krijgt zelf twee TIA’s en met Karel gaat het steeds slechter. “Mijn dochter, die ver weg woont, kwam geregeld en zei weleens: ‘Ga nu eens zelf even rustig liggen’. Maar ik was altijd bezig met Karel. Zijn tenen werden in die periode zwart en moesten geamputeerd worden en Karel had inmiddels ook een stent in zijn rechterbeen.”

Met uitgebreide thuiszorg kunnen ze in hun appartement blijven wonen. Toch blijft een groot deel van de zorg bij An. “Dat wilde ik. Ik had in sommige zaken de handigheid, en ik wilde graag voor Karel zorgen. Ontspannen deed ik als Karel op bed lag. Dan las ik een boek, of maakte ik een puzzel. Maar de zorg voor Karel beheerste de hele dag. De thuiszorg stond al om half acht klaar en ik was constant bezig zaken te regelen en Karel in de gaten te houden. We moesten ook geregeld voor controles naar het ziekenhuis. De laatste jaren kreeg mijn man soms onverwacht ineens een slagaderlijke bloeding. Dan moesten we snel naar het ziekenhuis. Hij kreeg eens zo’n bloeding terwijl we gewoon op de bank zaten. Overal lag bloed. Ik heb direct 1-1-2 gebeld. Daarna heb ik van de spanning doorwaakte nachten gehad. Het werd me soms zwart voor m’n ogen. In zo’n periode is het heel fijn dat er mensen zijn die meevoelen, je ondersteunen en bij wie je je verhaal kwijt kunt. Ik kon altijd terecht bij mijn dochter en haar man, maar ook bij Nathalie en vrienden. Ook de goede relatie met behandelend artsen was belangrijk. Zij toonden hun gevoel en sympathie voor Karel. Dat was prettig.

Toch bleef hulp aanvaarden van anderen altijd moeilijk voor mij. Toen ik een keer door mijn rug ging en een week plat moest, hielpen buurtgenoten onder meer met de dagelijkse boodschappen. Heel lief, maar moeilijk. Uit dank nodigde ik mensen die ons geholpen hadden altijd uit om gezellig ergens samen te gaan lunchen.“


LEUKE DINGEN BLIJVEN DOEN

In augustus 2013 overlijdt Karel. An kijkt op die zeven jaren terug zonder bitterheid. “We hadden het vaak toch nog heel goed, samen. Karel was een charmante, positieve man, hij mopperde nooit. Hij bleef geïnteresseerd in de wereld en wilde nog zoveel mogelijk meemaken, vooral van zijn twee kleindochters. Daarnaast bleven we zoveel mogelijk dingen doen die we leuk vonden. We hadden vroeger veel gereisd, dat ging niet meer. Maar we gingen nog wel zo veel mogelijk naar feestjes en samen ergens lunchen of dineren.” Over de participatiesamenleving zegt An: “Je kunt als mantelzorger heel veel zelf doen, maar op een gegeven moment is goede professionele zorg nodig. Die moet altijd beschikbaar blijven. Anders gaat het niet.”

TIPS VOOR MANTELZORGERS VAN AN
– Wees altijd alert. Omdat jij degene die zorg nodig heeft goed kent, zie je soms meer dan een professionele zorgverlener. Praat daarover met de zorgverleners.
– Blijf zoveel mogelijk samen dingen doen die je leuk vindt en die nog mogelijk zijn. Blijf daar zoveel mogelijk van genieten.
– Aanvaard hulp van anderen. Het is leuk om hen daarvoor soms te trakteren. Zo houd je het voor hen en voor jezelf prettig.
– Koester mooie herinneringen van vroeger. Dat sterkt op moeilijke momenten.
– Zorg dat je je zelf niet uitput. Neem geregeld de tijd om iets voor je zelf te doen, te ontspannen.